Nationaal Park Hoge Kempen

Kom dadelijk in de juist sfeer, en start deze muziek terwijl je deze pagina ontdekt

Wat is het Park Hoge Kempen eigenlijk ? Hoe is het ontstaan ? enz.

“De enige plek in Vlaanderen waar je nog écht verloren kan lopen”

‘Het mooiste panorama van Vlaanderen’

 

Maar wat is dat, zo’n Nationaal Park? Ignace Schops (57), de grote bezieler van ‘s lands grootste natuurgebied - 12.700 hectare groot, met bossen, duinen, vennen en heide - schetst een portret. “Het Nationaal Park is een plek geworden waar mensen niet alleen naartoe willen komen als eenmalige bezoeker, maar waar ze ook willen wonen, werken en op vakantie komen.”

Het is nogal wat, dat gebied: het Nationaal Park Hoge Kempen is 12.700 hectare groot, verdeeld over tien gemeenten in het noorden van Limburg. Bij een Nationaal Park stellen we ons al snel uitgestrekte gebieden vol natuurpracht en wilde dieren voor. Dan denken we aan Yellowstone in de VS of het Virunga Park in Afrika. “We zijn nog altijd het eerste en het enige nationaal park in België”, zegt Ignace Schops, directeur van het Regionaal Landschap Kempen en Maasland en de grote bezieler van het Nationaal Park.

Stoflong wordt groene long

Voor het prille begin van het park moeten we terug naar 1990. De Limburgse koolmijnen gingen dicht en de overheid had sloten geld te verdelen om de massale werkloosheid in Limburg te voorkomen. Er waren plannen om de lege mijnterreinen om te vormen tot shoppingcenter en bungalowparken. Maar Schops, net directeur van het Regionaal Landschap Kempen en Maasland, wat een samenwerking was tussen de Kempense Steenkoolmijnen en Natuurpunt, had een ander idee voor de reconversie: fietsroutes. Limburg ziet er op het eerste zicht niet anders uit dan de rest van Vlaanderen, met lelijke lintbebouwing langs de steenwegen. Wat daar achter lag, zag niemand: uitgestrekte bossen, versnipperde heidegebieden en zandduinen. “We waren ervan overtuigd mensen die schoonheid zouden willen ontdekken. Dat we van de stoflong van Vlaanderen een groene long konden maken. En vooral: dat zoiets ook winstgevend kon zijn.”

Duvel

Dat idee van winst puren uit natuur - het Reconnection-model - is precies wat van Schops internationaal een gerenommeerde naam heeft gemaakt. Hij bedacht dat je natuurgebieden ongerept moest laten en alle ontwikkeling - van de bouw van bezoekerscentra tot de hele toeristische uitbouw ervan - buiten het natuurgebied moest inplannen. In de bestaande dorpskernen, dus. Want dat zou ondernemers, van de plaatselijke bakker tot de cafébaas, overtuigen dat er wel degelijk geld te verdienen was aan de mensen die van de natuur wilden komen genieten. Het leverde Schops in 2008 de zogenaamde groene Nobelprijs op, de Goldman Environmental Prize. Zijn filosofie en het succes van het Nationaal Park Hoge Kempen bracht hem tot twee keer toe persoonlijk bij de voormalige Amerikaanse vicepresident en klimaatactivist Al ­Gore en maakte van hem een internationaal adviseur aan verschillende nationale parken, tot in Zuid-Korea toe. “Het succes van het fietsroutenetwerk zette ons aan het dromen”, zegt Schops. Hij herinnert zich de avond op café, met een paar Duvels, toen het hoge woord eruit kwam.

“We wilden een Nationaal Park. Het heeft ons tien jaar lobbywerk gekost, om iedereen - van de politiek tot de lokale slager en bakker - te overtuigen dat het de moeite waard zou zijn. En in 2006 was het eindelijk zover: ons natuurgebied van toen nog 5.700 hectare werd een nationaal park.”

5.000 jobs

Het werd een doorslaand succes. Voor de natuur, maar ook economisch. “We zijn de beste bank van Vlaanderen”, grapt Schops. Hij haalt er de cijfers bij om zijn woorden kracht bij te zetten. “We hebben jaarlijks 1 miljoen bezoekers. De totale economische waarde bedraagt 191 miljoen euro omzet per jaar, niet alleen in het park, maar ook bij de verschillende horeca- en andere ondernemers die geld verdienen aan de bezoekers. Elke euro die de overheid investeert, levert tot 42 euro return op: dat is énorm. We hebben gezorgd voor meer dan 5.000 jobs, in de ruime regio rond het park: het zijn er maar 190 rechtstreeks in het park, al de rest situeert zich in de horeca, het transport, het toerisme en zelfs in de woonzorgcentra die speciaal zijn gebouwd, omdat mensen van hun oude dag in het groen willen genieten. De waardestijging van de huizen in een straal van 300 meter rond het park is berekend op ruim 65 miljoen, wat een stijging van 15% is. Dat zijn allemaal cijfers uit een studie van 2011, terwijl we sinds dit jaar dubbel zo groot zijn geworden. Het Nationaal Park is een plek geworden waar mensen niet alleen naartoe willen komen als eenmalige bezoeker, maar waar ze ook willen wonen, werken en op vakantie komen.”

Gladde slang

En de natuur, vraagt u zich nu af? Ook die vaart er wel bij, uiteraard. “Er zijn nog grote naaldbossen die in de hoogdagen van de mijnen zijn aangeplant om te dienen als hout voor balken in de mijngangen. Er is de Mechelse Heide, een uitgestrekte zandgrond met vennen. Er zijn beukenbossen, velden en kleine beekjes. We tellen 7.000 dier- en plantensoorten, waarvan vele alleen hier voorkomen. We hebben geen spectaculaire dieren: de wolf zit voorlopig nog zuidelijker, in de militaire domeinen, maar er broeden nachtzwaluwen en we hebben een populatie van de gladde slang. De grote aantrekkingskracht van het Nationaal Park is net de uitgestrektheid en de verscheidenheid. Een gemiddeld natuurgebied in Vlaanderen is 34 hectare groot. Wij zijn 12.700 hectare groot. We zijn letterlijk de enige plek in Vlaanderen waar je nog écht verloren kan lopen. 

De ongevaarlijk en niet giftige bewoner vd Hoge Kempen

Bezoekerscentra Nationaal Park Hoge Kempen